Inloggen Social Schools

Passend onderwijs

De zorgplicht in het kader van Passend Onderwijs Elk school is verplicht binnen 6 tot 10 weken nadat de ouders hun kind hebben aangemeld, een aanbod te doen aan ouders voor een passende plek voor hun kind in het onderwijs. Deze passende plek kan zijn op de eigen reguliere basisschool, op een andere reguliere basisschool of op een speciale (basis-)school binnen de regio.

Als het kind op een school is of wordt geplaatst, regelt die school dus ook de nodige extra ondersteuning of, als de school niet langer aan de onderwijsbehoefte van het kind kan voldoen, regelt de school een passend alternatief. Een veelvoorkomend misverstand is, dat elke basisschool aan alle kinderen passend onderwijs moet kunnen bieden, ongeacht hun ondersteuningsbehoefte. Elke school moet wel regelen dat er een passend aanbod aan ouders wordt gedaan, ook al is dat op een andere school.

Na aanmelding door de ouders zal de school samen met de ouders onderzoeken of de leerling specifieke ondersteuningsbehoeften heeft en of de school de nodige ondersteuning kan bieden. Een gesprek met de ouders (uiterlijk 10 weken voorafgaande aan de beoogde plaatsingsdatum of anders z.s.m.) en het opvragen van gegevens bij peuterspeelzaal, bij de vorige school en/of instanties maakt onderdeel uit van het onderzoek. Als duidelijk is dat de school het kind kan begeleiden, kan het kind worden ingeschreven. Als dat niet kan of men is onzeker, dan kan school overleg met het ondersteuningsloket (OSL) voeren om in beeld te krijgen wat het kind nodig heeft en welke (tijdelijke) onderwijsvorm daar het beste bij past.

Op onze school heeft Simone van Rhee de functie van Interne Begeleider (IB’er). De IB’er is speciaal opgeleid om kinderen en collega's te kunnen helpen bij een gerichte aanpak van leer- en/of gedragsproblemen of andere vragen om bijzondere zorg. Daarnaast onderhoudt de intern begeleider contacten met externe hulpverleners, instanties en adviseurs die bij de ontwikkeling van het kind en/of de school belangrijk zijn. De stamgroepleider is voor u het eerste aanspreekpunt.

Het School Ondersteuningsprofiel geeft informatie over de mogelijkheden, grenzen en ambities van de school in het bieden van onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. In het School Ondersteuningsprofiel beschrijft onze school wat onze grenzen en mogelijkheden zijn, wat in het algemeen onze afwegingen zullen zijn en welke randvoorwaarden voor ons belangrijk zijn. Het totaal van de schoolprofielen in een samenwerkingsverband (WSNS) geeft inzicht in het regionale onderwijs ondersteuningsaanbod. 

Beeldbegeleiding is één van de begeleidingsmethodieken die wij op school hanteren om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de kinderen. Het wordt bij ons voornamelijk ingezet om de stamgroepleiders te ondersteunen bij hun onderwijstaak. Beeldbegeleiding wordt zowel bij vragen rondom leerlingenzorg ingezet, als bij vragen rondom onderwijsvernieuwing. Onze IB’er, Simone van Rhee heeft hiervoor een Masteropleiding gevolgd. De video-opnames worden met de stamgroepleiders nabesproken. Daarbij geldt een beroepscode, waarin o.a. is opgenomen dat de gemaakte opnames niet voor andere doeleinden gebruikt worden. Als deze methodiek wordt ingezet bij specifieke begeleidingsvragen van één of meer kinderen, dan worden de ouders/ verzorgers hiervan in kennis gesteld en om toestemming gevraagd.

De IB’er is ook opgeleid om Kijken met kinderen in te zetten. Kijken met kinderen is een nieuwe toepassing van de methodiek beeldbegeleiding. Bij deze aanpak formuleren kinderen persoonlijke leervragen die aansluiten bij een ontwikkelvraag op groepsniveau. Zo ontstaat een groepshandelingsplan voor de hele groep met aandacht voor individuele leerbehoeften. Kinderen leren door samen te kijken naar beeldopnames en hierop samen te reflecteren. De kinderen zijn in hoge mate eigenaar van hun eigen leerproces. Dit is een van de redenen waarom Kijken met kinderen in praktijk zo effectief is. Ook bij deze trajecten zijn de beelden alleen voor intern gebruik en wordt er niets gedeeld of op internet geplaatst.

Het kind wordt bij ons op school regelmatig getoetst op het gebied van rekenen, spelling, technisch- en begrijpend lezen. Zo krijgt de stamgroepleider een beeld van de individuele vorderingen van de kinderen. In onze jenaplanschool worden de kinderen niet gemeten ten opzichte van elkaar, maar ten opzichte van zichzelf. Het gaat erom, of het kind een ontwikkeling doormaakt die past bij hem/haar. Gaat het naar verwachting? Moeten we ons aanbod bijstellen? We werken daarbij altijd volgens de kwaliteitscyclus.

De door ons gebruikte toetsen worden in dat licht gebruikt. Ook kunnen we de schoolresultaten van De Keg vergelijken met de landelijke gemiddelden. Van daaruit kunnen we de onderwijsresultaten kritisch bekijken en ons aanbod bijstellen als dat nodig blijkt. Soms wordt digitaal getoetst.

Ook de intern begeleider (IB’er) bekijkt en vergelijkt de groepsresultaten en bespreekt deze periodiek met de stamgroepleiders. Wanneer er opvallende zaken rondom de ontwikkeling van het kind worden gesignaleerd, zal daarover met ouders contact opgenomen worden. In de meeste gevallen lossen vermeende problemen zich na enige tijd vanzelf op. De ontwikkeling van kinderen verloopt namelijk vaak sprongsgewijs. Het kan echter ook zijn, dat het kind met bepaalde onderdelen van de leerstof blijvend moeite heeft. Wanneer extra zorg binnen de stamgroep niet heeft geleid tot het gewenste resultaat, dan wordt de ontwikkeling van het kind besproken met de IB’er. Hieruit kan een handelingsplan voortvloeien, dat altijd met ouders zal worden besproken.

Als ook deze extra zorg niet leidt tot verbetering van de resultaten, dan zal overwogen worden of het niet beter is om het kind aan te melden voor een leerling-consultatie met de IB’er en een HGPD adviseur (orthopedagoge) van SPOV. De betreffende ouders worden hiervoor ook uitgenodigd en zijn altijd welkom om deze bespreking als gesprekspartner bij te wonen. Vooraf zal door de stamgroepleider met de betreffende ouders worden doorgenomen welke vragen daar worden besproken en welke informatie er wordt doorgegeven aan de HGPD adviseur.

Tijdens de leerling-consultatie kan in onderling overleg worden bekeken of de stamgroepleider met concrete tips weer verder kan of dat er toch reden is om (aanvullend) onderzoek te laten doen. Dat houdt in, dat onze IB’er zelf een aantal diagnostische onderzoeken kan uitvoeren, of dat een orthopedagoge van SPOV dat doet. Of dat er door de gezinscoach in overleg met de ouders een ander onderzoeks-/hulptraject in gang wordt gezet: bekostigd door de gemeente. Uiteindelijk zal het onderzoek leiden tot conclusies welke met de ouders/verzorgers worden besproken.

Binnen SPOV bestaat de mogelijkheid dat de IB-er van school ter ondersteuning van uw kind extra begeleidingsuren kan aanvragen. Dit gebeurt in overleg met orthopedagoge Anke Lücker van SPOV, leerkracht, de IB-er en ouders. Deze uren worden voor een half jaar toegekend. De hulp wordt onder schooltijd gegeven door een ambulant begeleider (onderwijsassistent of gespecialiseerde leerkracht) uit de SPOV AB - pool.

Als de leerproblemen van het kind om een speciale onderwijskundige aanpak vragen, is het doorgaans gebruikelijk dat het kind wordt aangemeld bij het OnderSteuningsLoket (OSL). In het OSL zitten de bovenschools ondersteuningscoördinator van SPOV, de HGPD adviseur van school, IB’er van school, (indien mogelijk) de stamgroepleider én de ouders. De samenstelling van het OSL is afhankelijk van de hulpvraag van de individuele leerling. Indien relevant wordt ook een externe instantie uitgenodigd, bijvoorbeeld een gezinscoach, de logopedist of anderszins. Indien het kind wordt aangemeld bij het OSL (door de ouders via de school), wordt door de basisschool (in overleg met ouders) een dossier aangeleverd. In een overleg met alle direct betrokkenen (ouders, OSL en basisschool) wordt de ondersteuningsbehoefte van het kind in kaart gebracht en wordt gekeken hoe deze hulp het beste geboden kan worden:

  • middels ambulante hulp (=observatie in de stamgroep en tips voor de leerkracht); 
  • middels een plaatsing in het Speciaal (Basis)onderwijs.

In het laatste geval wordt de het kind door ouders aangemeld bij de school. De aanvraag bij het OSL gebeurt dus door de ouders. In de praktijk gebeurt dit echter meestal in een nauwe samenwerking met de eigen basisschool.

Ouders kunnen, indien gewenst, over het handelen of vermeend nalaten van het OSL een klacht indienen, conform de klachtenregeling van SPOVenray. De leerlingendossiers zijn slechts toegankelijk voor de leerkrachten en worden alleen na schriftelijke toestemming van de ouders beschikbaar gesteld aan derden, bijv. het Ondersteuningsloket (OSL). Alle gegevens worden verzameld en besproken volgens de HandelingsGerichte ProcesDiagnostiek (HGPD).

Vanuit een pedagogisch optimisme wordt naar het kind gekeken. Ook hierover worden ouders volledig geïnformeerd. 

Leesproblemen dienen zich vaak vroeg in de ontwikkeling van kinderen aan. Op alle scholen van SPOVenray wordt een protocol gehanteerd waarin beschreven staat hoe om te gaan met kinderen die lees-/spellingsproblemen (evt. dyslexie) hebben.

Enkele kernpunten zijn:

  • Op onze school besteden we aandacht aan de behandeling van alle leesproblemen en niet alleen aan die van kinderen met dyslexie.
  • Op onze school wordt ingezet op behandeling zonder dyslexieverklaring. De verklaring krijgt pas meerwaarde vanaf de eindtoets en in het voortgezet onderwijs. Er zijn voldoende behandel-programma’s die begeleiding van lees-/spellingsproblematiek mogelijk maken.
  • Er is overeengekomen dat eind groep 8 het dossier van alle kinderen doorgegeven wordt aan het voortgezet onderwijs. Middels het Digitaal Overdracht Dossier. Ouders wordt hiervoor schriftelijk om toestemming gevraagd. 
  • Indien ouders om persoonlijke redenen het wenselijk vinden een dyslexie-onderzoek te willen doen, is dat voor rekening van de ouders.

Onze school erkent alleen de onderzoeken gedaan door gezondheidspsychologen, conform het dyslexieprotocol. Wanneer er sprake kan zijn van enkelvoudige ernstige dyslexie wordt sinds 1 januari 2009 diagnostiek en behandeling vanuit het basispakket van de zorgverzekering vergoed. De leerkracht zal ouders indien het kind hiervoor in aanmerking komt informeren.

SPOVenray draagt zorg voor een goede begeleiding van alle kinderen. Een mogelijke dyslexieverklaring geeft geen meerwaarde voor de begeleiding op de basisschool, want alle basisscholen werken volgens het protocol dyslexie. Dit waarborgt een goede begeleiding voor leerlingen die problemen hebben met lezen en/of spellen. Een dyslexieverklaring is daar niet voor nodig.

De VO-scholen hebben aangegeven zelf de kinderen met dyslexie op dit moment goede begeleiding te kunnen geven. Ze hebben inmiddels allemaal een dyslexiebeleid ontwikkeld en een dyslexiespecialist in dienst. Ook zij volgen een dyslexieprotocol. De doorgaande lijn is daarmee gewaarborgd en de verantwoordelijkheid voor het vervolg ligt bij het VO. 

Onderwijs aan zieke kinderen

Wanneer een kind ziek is moet dit direct bij de school gemeld worden. Indien de leerling langere tijd niet naar school kan komen, gaan we samen met de ouders/verzorgers bekijken hoe we het onderwijs, rekening houdend met de ziekte, kunnen voortzetten. Hierbij kunnen we gebruik maken van de deskundigheid van een consulent onderwijsondersteuning zieke kinderen. Voor kinderen, opgenomen in een academisch ziekenhuis, zijn dat de consulenten van de educatieve voorziening. Voor alle andere kinderen betreft het de consulenten van de onderwijsbegeleidingsdienst. Tevens is het mogelijk om langdurig zieke kinderen van de jaargroepen 4 t/m 8 thuis of in het ziekenhuis het onderwijs te laten volgen middels onze tablets (zie digitaal onderwijs, blz. 19) Het is onze wettelijke plicht om voor elke leerling, ook als hij/zij ziek is, te zorgen voor goed onderwijs. Daarnaast vinden wij het minstens zo belangrijk dat het kind in deze situatie contact blijft houden met de klasgenoten en de leerkracht(en). Het kind moet weten en ervaren dat hij/zij ook dan meetelt en erbij hoort. Het continueren van het onderwijs, aangepast aan de problematiek, is o.a. belangrijk om leerachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en sociale contacten zo goed mogelijk in stand te houden. Meer informatie over onderwijs aan zieke kinderen is te vinden op: www.ziezon.nl

Remedial Teaching door externen onder schooltijd

Als gevolg van een specifieke leervraag van een kind kunnen ouders en/of teamleden een verzoek doen bij de IB’er en/of de directeur van de school, voor remedial teaching door externen onder schooltijd. De directeur zal deze verzoeken honoreren indien: 

  1. er sprake is van een medische reden;
  2. remedial teaching door een externe deskundige onderdeel is van het zorgarrangement.

Deze remedial teaching kan plaatsvinden binnen of buiten de school. In alle andere gevallen worden geen toetsgegevens of leerlingdossiers overgedragen, ook niet via de ouders. Er wordt ook geen toestemming gegeven voor observaties in de klas. Indien ouders toch kiezen voor remedial teaching onder schooltijd buiten de school anders dan hierboven genoemd, zal dit als ongeoorloofd verzuim worden gemeld bij de leerplichtambtenaar.

Ambulante begeleiding en uitstroom naar het speciaal onderwijs

In het schooljaar 2021-2022 was er geen leerling die een beschikking heeft gekregen om in te stromen in het Speciaal Basis Onderwijs (SBO Focus).

Enkele kinderen werden begeleid door en/of aangemeld voor een REC (Regionaal Expertise Centrum).

  • cluster 2: spraak-/taalproblematiek. Drie leerlingen hadden een cluster II arrangement.

Adresgegevens Samenwerkingsverband Stg. SWV Primair Passend Onderwijs Noord-Limburg Postbus 1246 5900 BE Venlo Beleid (hoog)begaafde leerlingen

Meer- en hoogbegaafdheid

Ons uitgangspunt is dat ieder kind recht heeft op passend onderwijs, waarbij tegemoet gekomen wordt aan de leerstijlen en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen. In onze jenaplanschool willen we dat het kind mede-eigenaar is van zijn ontwikkeling. Uiteraard blijft de stamgroepleider eindverantwoordelijk. We willen leerarrangementen bieden voor alle kinderen, dus ook voor de kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn. Leidraad is het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid (DHH).

De afgelopen jaren hebben we flink geïnvesteerd. Dit blijven we doen, o.a. aan:

  • een intensief scholingstraject voor het gehele team m.b.t. meer- en hoogbegaafdheid;
  • het opleiden van een talentbegeleider voor De Keg;
  • het bereiken van een eenduidige en uniforme aanpak binnen het samenwerkingsverband; 
  • een schoolbrede aanpak waarbij de nadruk ligt op de structurele begeleiding binnen de groep;
  • het organiseren van verrijkingsgroepen voor alle kinderen;
  • inschakelen van externe deskundigen met een specifieke deskundigheid op het gebied van hoogbegaafdheid bij leerlingen die dit nodig hebben;
  • uitwisselen van deskundigheid en ervaring tussen de scholen van SPOVenray.

De ontwikkeling van kinderen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en school.  In de werkgroep PO-VO (Primair Onderwijs – Voortgezet Onderwijs) wordt aandacht besteed aan de aansluiting en overdracht bij de overgang naar het Voortgezet Onderwijs.